Valerius Perzische tapijten

Dessins van Perzische tapijten:                 Home

De wortels van Perzische tapijten liggen in verschillende culturele en geografische gebieden. leder gebied – en zelfs ieder atelier – heeft zijn eigen dessin. De meeste dessins zijn genoemd naar hun plaats van oorsprong, ook als ze niet meer in diezelfde plaats geknoopt worden. Perzische dessins zijn zeer geliefd en nemen wereldwijd een bijzondere plaats in. Ze worden daarom veelvuldig geïmiteerd door tapijtexporterende landen zoals India, Pakistan, China, Egypte, Roemenië en Albanië. Zo gebruikt India, ‘s werelds grootste exporteur van handgeknoopte tapijten, wel 50 verschillende Perzische dessins. Zo’n 65% van India’s geknoopte tapijten bestaat uit imitaties van Perzische tapijten. 
Met andere woorden: de meeste tapijten op de wereldmarkt hebben een Perzisch dessin. Perzische dessins verwijzen meestal naar de plaats waar ze werden geknoopt. De bekendste dessins zijn (en komen dus oorspronkelijk uit) Ghom, Isfahan, Naïn, Tabriz, Kirman, Kasjan, Yazd, Masjhad, Saroegh, Ardabiel, Hammadan en Teheran. Door volksverhuizingen binnen Perzië zijn in de loop der tijd meerdere dessins ontstaan, tegenwoordig zijn er wel tweeduizend. Verreweg de meeste dessins zijn daarom variaties op een hoofddessin. Volgens de statistieken zijn er negentien hoofddessins en talloze nevendessins. 

Hieronder zal ik proberen dat toe te lichten:
1- Aloude gebouwen en moskeeën: Dit soort dessins zijn geïnspireerd op architectuur en betegeling en op geometrische tekeningen van gebouwen. In de loop der tijd hebben de tekenaars van Perzische tapijten veranderingen in de hoofddessins aangebracht en hier nevendessins van gemaakt. De bekendste van dit soort nevendessins zijn: Masjed-e- Sheikh Lotfollah, Mehrabi Koofi, Masjed-e-Kabood, Sheikh Safi, Sar da re Emamzadeh Mahroogh, Gonbade Ghaboos, Masjed-e-Kabood, Sheikh Safi, Sar dar re Emamzadeh Mahroogh, Gonbade Ghaboos, Masjed-e-Shah-e-Esfehan, Persepolis, Tagh-e-Bostan, Tagh-e-Kasra en Zir Khaki.  Afbeeldingen
2- Shah Abbassi: De basis van dit dessin zijn de bijzonder getekende bloemen die als Shah Abbassi-bloemen bekend zijn geworden. Deze bloemen worden herhaald en ontwikkelen zich met takken en bladen, en soms met eslimi en khataï, in het midden en aan de rand van de Perzische tapijten tot hoofdmotief. De nevendessins van dit hoofddessin zijn: Afshan, lachak toranj, toranjdaar, derachti, janewari, sheikh safi, tarh daar-e-selseleï, shah abbassi tasaroffi, toranji tarh daar, boteï en lachak toranj-e-kaf sadeh. Afbeeldingen
3- Eslimi: Eslimi-dessin is te herkennen aan de takken die als cirkels tussen de bladeren getekend zijn. Deze cirkels lopen door tot een boom. Eslimi kent diverse soorten die meestal doorlopend zijn, maar in sommige Perzische tapijten zijn ze het dominante dessin. De meest bekende eslimi is eslimi-e-dahan azhdar. In dit soort eslimi worden de uiteinden van iedere tak in twee weerspiegelingen van de kaken van een draak veranderd. De takken zijn met uitlopers getekend die eslim heten. De nevendessins van eslimi zijn: Tamam eslimi, bandi, shekasteh, dahan azhdari, lachak toranj, toranjdaar en eslimi mari. Afbeeldingen
4- Afshan: In het dessin van Perzische tapijten zijn meestal alle tekeningen aan elkaar verbonden. De top van de kwast van de tekenaar blijft ononderbroken op het papier. Maar in het Afshan-dessin is het zo dat de bloemen, bladeren en takken zijn verspreid op het oppervlak van het Perzische tapijt en niet verbonden zijn met elkaar. Daarom wordt dit dessin in principe Afshan genoemd. Toch zijn er in het afshan-dessin verschillende veranderingen aangebracht en vele nevendessins zijn tot stand gekomen zoals: Afshan-e-eslimi, khataï,bandi, shekasteh, gol anari, shah abbassi, shakhepich, dastegol, heyvandar en toranjdar. Afbeeldingen
5- Eghtebassi: Sommige van deze dessins lijken op de dessins van de plaatsen en volkeren die uit de grensstreken van Perzië komen, soms zijn ze ook geïnspireerd op verre landen, veel verder dan de grensstreken. Maar als we goed opletten zien we dat ze eigenlijk Perzische wortels hebben. De meest bekende van deze zijn: Afghaan, Anatol, Kaukasus en Gobelin. Afbeeldingen
6- Bandi: Dit is een klein stukje van een dessin dat doorloopt, zowel vertikaal als horizontaal totdat het dessin het hele tapijt bedekt. De nevendessins van Bandi zijn: eslimi, pichak, shekasteh, katibeï, mostofi, waramin of minakhani, ghaleb kheshti of lozi (ruitjes), toranjdar (medaillon), derakhti (levensboom), ghabghabi, shir-o-shekari of bazoobandi, sarvi, adamaki of molla nasnedrin, bakhtiari, majlessi, khooshe angoori, shakh-e-gavazn heywandar, khatam-e-shirazi en daste gol.
Afbeeldingen
7- Boteï: Dit is het dessin van de herhaalde cederboom, waarbij de afbeelding van het topje van de cederboom bekend staat als Bote jegheï (paisly dessin). Behalve in Perzië is dit dessin in subcontinent India al heel lang bekend. (In de periode van de Ghajar-dynastie droeg de Kroonprins een vest met dit dessin). Het komt in verschillende soorten op de Perzische tapijten voor. De bekendste hiervan zijn: Boteh jegheh, shakh-e-gawazn,  terme, sarabandi, khergheï, ghalamkar-e-Isfahan, kordestani of hasht boteh, mir shekasteh, lachak toranj, sannandaj, afshari en  bazoobandi. Afbeeldingen
8- Derachti (Boomdessin): Hoewel in het dessin van Perzische tapijten takken en bladeren de basis vormen, is in de “Boomdessins” getracht de harmonie met de natuur te weerspiegelen. De nevendessins van derachti zijn: Derakhti janewari (beesten), derachti sabzikar of ab nama, derakhti toranjdar (medaillon), derachti sarvi (cederboom) en derachti goldani (bloempot). Afbeeldingen
9- Turkaman (Bochara): De dessins van Turkaman-tapijten behoren qua geometrische en onderbroken tekeningen tot de stammendessins en zijn de dessins van nomaden. Deze worden uit het hoofd en zonder tekeningen geknoopt. De bekendste zijn: Ghab yamooti, shaneï, ghazal gaz (het oog van gazelle), akhal, chahar ghab, khoorchini en ghashoghi. Afbeeldingen
10- Shekargah (Jachtveld): De eigenschappen die bij het Derachti-dessin (Boomdessin) staan vermeld gelden ook voor dit dessin, met de toevoeging dat in het jachtvelddessin ook wilde beesten zijn afgebeeld die aan het jagen zijn. De nevendessins zijn: Derakhti (boom), toranjdar (medaillon), ghabi, lachak toranj en sarasari. Afbeeldingen
11-Ghabi (Omlijstingen): Dit dessin komt voor in verschillende geometrische omlijstingen. De nevendessins zijn: Ghabi-e-eslimi, ghab-e-Ghorani Kerman of sotooni (zuilen). Afbeeldingen
12- Gol farang: Dit is een combinatie van aloude Perzische tekeningen en wilde bloemen, in het bijzonder de rode roos. In dit soort tapijten komen felle en lichte kleuren voor, vooral de kleur rood. De nevendessins zijn: Ghole sorkh (de rode roos), golfarang-e-bidjar, mostoofi, toranjdar (met medaillon), daste gol (bos bloemen) en  gol-o-bolbol (bloem en vogel).Afbeeldingen
13- Goldani (Bloempot): In dit dessin komen bloempotten van verschillende soorten en maten voor. Soms vult een bloempot vol met bloemen het tapijt en soms weerspiegelen meerdere bloempotten de vier hoeken van het tapijt of is er een doorlopend motief met kleine bloempotten. De nevendessins zijn: Khatanni, dotaraffe (dubbelzijdig), Mehrabi (Altaar), Zel al sultan, haj khatami, tekrari (doorlopend), lachak toranj (medaillon en vier hoeken) en yektaraffe (één bloempot).
Afbeeldingen
14-Mahi darham (Herati): Dit dessin behoort tot de stammen- en boerendessins. Het wordt, zoals de rest van de geometrische tekeningen, uit het hoofd geknoopt zonder een van tevoren vastgestelde tekening. Door de schoonheid van dit dessin hebben de tekenaars er een regulier en gedisciplineerd dessin van gemaakt met behoud van de aloude Perzische bijzonderheden. Dit dessin werd in Birjand (een stad in het noordoosten van Perzië in de provincie Khorassan) geknoopt en is later overgenomen door de andere tapijtknopende gebieden. Vandaag de dag wordt dit dessin van het oosten naar het westen en zelfs in centraal Perzië, van de provincie Khorassan tot Azarbaidjan, Hammadan en Arak geknoopt. De nevendessins zijn: Herati, Farahan en zanboori, senné of Koerdestan, rizze mahi of khordemahi (kleine visjes) en mahi darham. Afbeeldingen
15- Mehrabi (Altaar): Het oorspronkelijke Mehrabi-dessin is geïnspireerd op Het Altaar (de plaats waar de Imam in een moskee staat te bidden) en de versieringen zoals de lantaarn, zuilen, zuilkoppen, bladeren en bloemen zijn aan dit dessin toegevoegd. De nevendessins van dit dessin zijn: Mehrabi deracht (boom), goldani sotoeni (bloempot met of op zuilen), ghandili (lantaren), goldani (bloempot), mehrabi doenama (lijkt op een afstand te staan). Afbeeldingen
16- Moharammat: Dessins worden Moharammat genoemd wanneer stukjes van één dessin worden herhaald in de lengte van een tapijt en het dessin in de breedte in een paar verschillende rijen verdeeld wordt. Iedere rij loopt met een bepaalde kleur en dessin van het begin tot het eind door en wordt gezien als streepjes. Dit dessin is ook in sommige gebieden van Perzië bekend als ghalamdani. De nevendessins van Moharammat zijn: Ghalamdani-e-sarasari (doorlopend), kleine bloemen met als achtergrond één kleur en Boteh met als achtergrond verschillende kleuren. Afbeelding
17- Geometrisch: In dit dessin wordt gebruik gemaakt van geometrische tekeningen. Meestal hebben de lijnen hoekjes die rondgaan of in een krul doorlopen. De nevendessins zijn: Bandi, ghabi, toranjdaar (medaillon), moharammat, shakhe-e-shekaste, kaf sadé (behalve het medaillon en vier hoekjes is in één kleur zonder tekeningen doorgeknoopt), khataï, mozaïek, khatam-e-shirazi en josjaghani. Afbeeldingen
18- De Stammen: Dessins van verschillende stammen in Perzië zijn de oudste en de meest authentieke dessins in Perzische tapijten en zijn geschapen vanuit de fantasieën van de plaatselijke stammen. De natuur en hun woonomgeving zijn op de meest primitieve en simpele wijze weerspiegeld in hun dessins. Zij gebruiken geen van tevoren gemaakte ordentelijke tekeningen; toch wordt telkens een enorme schoonheid in hun werk ontdekt. De tekenaars van Perzische tapijten hebben deze dessins van de ene naar de andere kant van het land verhuisd en men vindt dit soort dessins van west tot oost en van noord tot zuid, overal in Perzië. De nevendessins zijn genoemd naar de plaatsen waar de dessins oorspronkelijk zijn ontdekt of naar de invloedrijke mensen die uit het gebied kwamen of de opdracht hadden gegeven om het tapijt te knopen. De bekende namen van die gebieden en mensen zijn: Heybat loe (van Fars en Abadé), Ghasjghaï boteh, Afshari, khatoeni, Ardabiel, mazloghan, khamsé, Sawé, Tafresj, Heriz, mehraban, gerewan, Zandjan, Meshkin, bakhtiari, kordi, yalamé, gabbé, siestaan, ferdoos, salaar khani, yaghub khani, sang choobi, ali mirzaï, jan beegi, janamazi, javin, Moesa abad, Beluchestan, Wies, gharadje, Senné en daste ghol. Afbeeldingen
19- Talfighi (gemengd): Behalve de bovengenoemde dessins die ieder hun eigen naam en geschiedenis hebben, zijn in de loop der tijd meerdere dessins ontstaan die een mengvorm van twee of meer dessins zijn. De nevendessins van deze dessins zijn: Shakhe pich-e-toranjdaar, selselle-ï- toranjdaar, talfighi lachak toranj (medaillon en vier hoekjes), goldani-e-bandi-e-eslimi, ghabghabi, doernama, toranji daste gol (medaillon en bos bloemen), sabzi kar, toranj kaf sadeh (medaillon en vier hoekjes en de rest in één kleur zonder tekeningen) en bos bloemen. Afbeeldingen